vorige dag - volgende dag - route overzicht - schrijf een bericht in ons gastenboek - bekijk hier ons gastenboek


19 juli 2008.


Om kwart over 10 laten we Pocahontas achter ons en rijden we over de Highway 16, de Yellowhead Highway weer naar Jasper. Aan onze linkerkant zien we Talbot Lake met daarachter een heel gebied met afgebrandde bomen. Vanaf een afstand kun je inderdaad ook zien dat het gecontroleerd verbranden van gedeeltes van bossen nieuw leven oplevert. Op de grond tussen de dode stammen staan waar je ook kijkt allemaal paarskleurige bloemetjes of struikjes. Het geeft een prachtige gloed aan het eigenlijk wat verlaten geheel. Aan de rechterkant is de Athabasca River, het melkgroene water slingert met ons mee langs de Highway. Toen we gisteren op deze weg reden was de lucht helemaal bewolkt. Nu met een stralende zon zien we weer helemaal de schitterende kleuren van het landschap terug.
today free internet!
Een half uurtje later zijn we terug in Jasper. We stoppen bij de benzinepomp waar we onze tank maar weer eens vullen. Peter bewaart alle benzinebonnetjes, maar ik denk dat we als we thuis zijn echt niet willen weten hoeveel geld we aan benzine hebben uitgegeven. In een straat vinden we al uitproberend een onbeveiligde internetverbinding en wanneer we ook nog eens een goed signaal ontvangen, parkeren we onze camper er strak voor de deur. Best genant eigenlijk maar wel eindelijk weer de mogelijkheid om ons reisverhaal te uploaden. Vanaf Banff hebben we nauwelijks iets online kunnen zetten omdat we iedere keer op een Wildlife camping zonder voorzieningen hebben overnacht en er nu eenmaal geen dorpjes of stadjes aan The Icefields Parkway liggen.

Wanneer alle reisverslagen weer aan de site zijn toegevoegd starten we de camper en rijden we Jasper uit. We volgen de Highway 16 nu in zuidelijke richting. Al snel stoppen we voor een cache van Daps aan de Miette River. Terwijl Mara Joy en ik steentjes in de rivier staan te gooien, vindt Jori de Miette River cache al weer. We stappen weer in de camper. Als Peter de coördinaten van de volgende cache invoert op de Tomtom, blijkt deze op niet meer dan tien minuten afstand te liggen. Met twee keer gasgeven staan we nog geen tien minuten later stil op een klein landweggetje naast de Highway. In dubio of we deze cache wel zullen gaan zoeken. Peter springt uiteindelijk de camper uit en roept dat hij de cache wel even zal oppikken. Binnen het kwartier is hij helemaal enthousiast terug, hij heeft niet alleen Lucerne maar ook Not a Proud Moment die op nog geen 200 meter van 'Lucerne' lag gevonden.

Om iets voor twaalven staan we vlak voor de Yellowhead Pass. Bij het Portal Lake staan allemaal picnicktafels en er loopt een korte trail omheen die naar de Pooh-rtal Lake Cache leidt. Terwijl Peter en Jori de cache gaan doen, houden Mara Joy en ik ons weer eens bezig met een stukje geschiedenis. Men weet het namelijk niet helemaal zeker, maar men denkt dat de Yellowhead Pass is vernoemd naar Pierre Bostonais, een blonde Iroquois pelsjager met de bijnaam 'Tete Jaune', oftewel geel hoofd. In 1820 leidde hij als gids een van de eerste Hudson Bay expedities over deze pas. Je merkt er weinig van dat je op de top van de Yellowhead Pas staat, de weg is vierbaans en slechts heel geleidelijk gestegen. Op de top passeer je echter ook de grens tussen Jasper National Park en Mount Robson Provincial Park, de tijdsgrens van Mountain Standard Time naar Pacific Standard Time (Jippie... de klok gaat weer een uurtje terug dus we hebben een uurtje extra vandaag!) en we verlaten hier Alberta en zijn weer terug in British Columbia.

'Moes' Als we een stukje doorrijden zien we aan de linkerkant in de berm een paar mensen gewapend met verrekijkers en camera's. Voor de zekerheid zetten we de camper stil en vragen we wat er te zien is. Een Moose. Een Moohoose??? Snel pakken we onze verrekijker erbij en ja hoor, echt wel. Op een meter of 100 afstand zien we een eland staan (of liggen, dat kunnen we door het hoge gras ervoor niet zien). We maken snel wat foto's, de eland heeft echter helemaal geen haast. Zo nu en dan beweegt hij zijn kop om iets op te happen, maar daar blijft het dan ook wel bij. Ook wij gaan er maar rustig bij zitten zodat we dit schouwspel goed kunnen gadeslaan. Na een half uurtje komt er ineens wat beweging in de Moose en plotseling is hij verdwenen. Weer helemaal onder de indruk van wat we gezien hebben starten ook wij de camper en rijden nog geen twee minuten later langs Moose Lake. Helemaal logisch dus dat we die Moose tegenkwamen. We besluiten meteen nog maar even te stoppen, zodat we Smiley's Moose Pail cache kunnen zoeken. De doos wordt door Peter en Jori gevonden, maar aangezien de inhoud helemaal nat is, zetten we snel onze namen in het logboekje en stoppen het geheel dan snel weer terug.
Moose Lake
We slaan de Highway 5 South in en rijden door tot aan Mount Robson, waar we snel een fotootje maken van wat met 3954 meter de hoogste berg van de Canadese Rockies is. De top van de berg zit helemaal in de wolken verstopt dus wij rijden na de fotostop door naar de volgende bezienswaardigheid. We stoppen bij de parking van de Overlander Falls. Via een behoorlijk stijgend en dalend bospad staan we 20 minuten later al op de loopbrug bij de Falls. Het water uit de Fraser River valt een behoorlijk stuk naar beneden, maar de waterval is niet echt heel spectaculair, dus lopen we het pad een stukje terug en lopen dan de Hogan's Camp trail. Daar ligt, hoe kan het ook anders... de Hogan's Camp cache verstopt. Hogan's Camp is het restant van de blokhut op het toenmalige 'end of steel point' waar spoorwegwerker Dennis Hogan bijna 100 jaar geleden met zijn ploeg de Grand Trunk Pacific Railway aan het bouwen was. Een restant is het zeker, van de blokhut is bijna niets meer over. Toch blijft het lastig om je voor te stellen hoe men vroeger alle spullen op zo'n locatie kreeg. Werd het staal dan toch aangevoerd over de rivier? Er zijn wel heel veel obstructies: de Fraser River is nogal een woest water met veel hoogteverschillen en inmense rotsblokken. Hoe kwamen die mannen erbij om daar die blokhut te bouwen, zo helemaal in het dichte bos. Tja, allemaal vragen waar het infobord geen antwoord op geeft. De cache is gelukkig niet moeilijk te vinden en na het loggen gaan wij weer terug naar de camper.
de Fraser River, vlak na de Overlander Falls Jori is druk, druk, druk...tijd voor meditatie!
Het wordt tijd om een stukje te gaan rijden. Inmiddels is het al half drie en we zijn nog niet zo heel ver opgeschoten. Om vijf uur maken we nog een korte stop om de benen te strekken en om op de parkeerplaats naar de Wire Cache te speuren. Als we de cache hebben gevonden, rijden we met een kopje koffie weer verder. Tegen zessen komen we in Clearwater aan. Aan het Dutch Lake ligt het Dutch Lake Resort, hier willen we als echte 'dutchies' natuurlijk graag een nachtje met onze camper staan. Het inchecken gaat snel en als we op onze campingplaats aankomen blijkt dat we op nog geen twee passen afstand van de WIFI antenne zitten. Helemaal super.
Ontsnapt uit de kliniek? weer een foto van die beroemde fotografe uit Almere
Het Dutch Lake heeft ontzettend helder water en het is heerlijk van temperatuur. Na de lange reisdag van vandaag nemen Peter en Mara Joy voor het eten nog eventjes een duik om lekker op te frissen. Ik zit met de camera in de aanslag op de steiger om wat actiefoto's te nemen. Zeven uur 's avonds, heerlijk nog in het zonnetje met een graadje of 24. Na het eten en de koffie maken we allemaal enthousiast gebruik van de uitstekende internetverbinding. Zoals bijvoorbeeld het eindelijk weer eens bekijken van het NOS 8 uur journaal. Ik werk ons reisverhaal bij, terwijl Peter andere 'dutchies' (die we heel toevallig ook al op eerdere campings zijn tegengekomen) helpt met hun internetverbinding. Jori logt zijn gevonden caches en Mara Joy speelt tot laat buiten. Om middernacht knippen we uiteindelijk het laatste lichtje van de camper uit.

7 caches, 1 eland, 1 ontsnapte gek aan het zwemmen in het meer.

vorige dag - volgende dag - route overzicht
schrijf een bericht in ons gastenboek - bekijk hier ons gastenboek