vorige dag - volgende dag - route overzicht - schrijf een bericht in ons gastenboek - bekijk hier ons gastenboek


20 juli 2008.


Het zonnetje dat fel door het raampje van de camper schijnt (en de bijbehorende warmte) maakt ons wakker. Als we op de GSM kijken hoe laat het is, schrikken we wel even. Het is al 10 voor 10 en dat terwijl we een lange reisdag voor de boeg hebben. We moeten vandaag zo ver mogelijk richting de kust zien te komen, zodat we morgen niet zo lang hoeven te rijden voordat we de oversteek met de ferry naar Vancouver Island kunnen maken. We ontbijten buiten, jawel aan de picnicktafel, daar is-ie weer... en komen er met een kop koffie achter dat het een uur vroeger is dan we denken. De tijd op de GSM hebben we gisteren niet teruggezet. Dat is mooi, nu hebben we weer alle tijd om het rustig aan te doen.

Terwijl Peter en ik de afwas doen, huren Jori en Mara Joy een waterfiets bij de receptie. Ze krijgen een zwemvest om en peddelen al snel het Dutch Lake over. Aan de overkant van het meer ontdekken ze een KOA Campground. Deze is van dezelfde keten als waar we in Revelstoke op hebben gestaan. Jori en Mara Joy willen eventjes aanmeren met hun waterfiets om te kijken of er op deze KOA ook een pancake-ontbijt wordt geserveerd, maar ze worden teruggestuurd: Private Area! Precies een uur later zijn de twee waterfietsers, vermoeid van het trappen, weer terug bij de steiger van het Dutch Lake Resort.
Bye bye! even naar de overkant varen?
Peter koppelt de electra en het water af en tegen half 12 vertrekken we. Het is erg warm. In Clearwater halen we bij een supermarkt wat flessen melk en jus, aangezien onze hele 'drankvoorraad' er gisteren doorheen gejaagd is, is dit meer dan broodnodig. Een pot Ice Tea poeder gaat ook mee, hier kunnen we 32 liter drinken mee maken. Dit moet voorlopig genoeg zijn. Het dorp uit, draaien we de Highway 5 op, om na een paar kilometers rechtsaf te slaan waardoor we op de Highway 24 terecht komen.

Aan zowel de linker- als de rechterkant zien we een aaneenschakeling van meren. De Highway 24 wordt ook wel de Fishing Highway genoemd en met al die meren valt dit wel te begrijpen. Lac des Roches, Bridge Lake, Sheridan Lake, Fawn Lake, Green Lake volgen elkaar op. Stuk voor stuk zijn ze zoveel keer groter dan het Abcoudermeer, het Gooimeer, het Snekermeer of welk ander meer in Nederland dan ook. Het is rustig op de weg en dat is maar goed ook. De weg waarover we rijden is namelijk nu eens niet zo riant en duidelijk aan wat nieuw asfalt toe. We worden ontzettend door elkaar geschut van alle gaten in het wegdek en het serviesgoed staat te rammelen in de kastjes en komt nog net niet naar beneden gekinkeld.

In Interlakes (net zoiets als Interlaken, maar dan is dit een gehucht met 4 huizen, een benzinepomp en een makelaar) vullen we onze benzine weer eens aan, voordat we onze weg vervolgen. Bij One Hundred Mile House draaien we de Highway 97 South, beter bekend als de Gold Rush Trail op.

In het hart van de Cariboo regio ligt 100 Mile House, één van de oudste plaatsen aan de Cariboo Wagon Road. Gemakshalve werden rustplaatsen zoals 100 Mile House genoemd naar hun afstand ten opzichte van Lillooet, het beginpunt van de Gold Rush Trail, maar doordat de wegenbouwers per mijl uitbetaald kregen, zijn de afstanden wat ruim genomen. Al vanaf 1861 diende 100 Mile House als rustplaats voor reizigers op weg naar de Cariboo goudvelden. Het originele gebouw uit 1862 waar reizigers konden overnachten en van paard konden wisselen (een roadhouse genaamd) is helaas in 1937 afgebrand.

We rijden langs 93 Mile House, 83 Mile House, 70 Mile House en komen uiteindelijk in het plaatsje Clinton aan. Daar stoppen we even en eten we een broodje in de schaduw. Het is een graad of 26, 27 en de temperatuur in de camper is zeker niet lager. Als we op onze wegenkaart kijken zien we dat we een kilometer of 50 van de Highway 97 kunnen afsteken, door van Clinton via een klein weggetje naar Pavilion te rijden. Het weggetje is alleen 's zomers berijdbaar, maar aangezien het nu zomer is, moet dit toch te doen zijn. We starten de camper weer en gaan rijden. Waar de Highway afslaat gaan wij rechtdoor, it's so simple... Meteen ligt er geen asfalt meer op de weg, maar moeten we het weer doen met zand, stenen en keitjes.
lekker brede wegen hier...

Het meer dat we passeren maakt echter veel goed en pas als er een tegenligger aankomt merken we hoe smal het pad eigenlijk is. Als we het meer achter ons hebben gelaten, gaat het nauwe bospad kronkelend en zeer steil de bergen in. Met steigingspercentages van 14% en met geen mogelijkheid meer om de camper om te keren, stuurt Peter met een maximum snelheid van 15 kilometer per uur over het onnoemlijk slechte pad van stenen en keien. De motor stampt en de benzinemeter zien we per gereden kilometer teruglopen. Uiteindelijk bereiken we de top van Mount Pavilion en kunnen wij en de motor even op adem komen met een stukje vlak terrein. Dit is volgens het bord waar we langsrijden 'public road door private area'. De private area blijkt bij Diamonds Ranch te horen, een ranch die in 1860 werd gesticht door Robert Carson en nu op de lijst van historische ranches in Canada staat. Veel aandacht hebben we niet voor de historische ranch. Een tegenligger die aan komt rijden, moet voor ons stevig de berm in en kijkt zeer verbaasd als hij een camper uit de stofwolk die wij om ons heen hebben hangen ziet opdoemen. Wij doen echter net alsof we gek zijn, groeten de man vriendelijk en rijden heel rustig door. Als we de private area weer uit zijn, gaat de weg heel steil naar beneden. We dalen over het bochtige pad met 12%, een paar kilometer verderop met 15%, dan weer met 11% en zo gaat het maar door.




Uiteindelijk zien we in het dal in de verte de Highway weer opdoemen en een stevig half uurtje later draaien we de Highway 99 op naar Lillooet. Deze weg is een stuk beter begaanbaar maar blijft gemeen steigen en dalen door de Cariboo. Tegen zessen rijden we het plaatsje Pemberton in, zo'n 30 kilometer ten noorden van Whistler. Als Peter het afvalwater van de camper staat te legen bij het Visitor Center hoort hij dat de camping in Whistler waarschijnlijk vol zit en ook waanzinnig duur is. We krijgen het advies om de camping in het Nairn Falls Provincial Park te nemen. Zonder faciliteiten zoals stromend water en elektra, maar wel ontzettend mooi gelegen, veel rustiger en een stuk goedkoper. Drie kilometer verderop rijden we de camping op en vinden we een heel mooi plekje voor een nacht. Het is inmiddels acht uur wanneer ik begin met koken. Als we zitten te eten komt de camping attendant langs om het stageld te innen. We betalen 15 Canadese dollar dat is inderdaad een betere prijs dan de 50 Canadese dollar die er in Whistler voor een overnachting wordt gevraagd. Als het reisverhaal weer is bijgewerkt, kruipen we gelijk ons bed in. We dromen al snel over zandpaden, stenen, keien, hoge bergen en veel tegenliggers.




vandaag niet gecacht.

vorige dag - volgende dag - route overzicht
schrijf een bericht in ons gastenboek - bekijk hier ons gastenboek