Categorie archief: Februari 2012

Bonne route…

Voor een zondag is het nog vroeg in de morgen als we na een snel ontbijt afscheid nemen van René en Paulette. Ik moet hen beloven om snel weer terug te komen want zoals René zegt: ‘het kan zomaar gedaan zijn met de santé’.

Met de tank van de Vito helemaal afgevuld rijden we naar Nevers waar we de A77 richting Parijs opdraaien. Er is geen kip op de weg; de enkele Fransman die er wel rijdt, rijdt als een krant. Bang voor het ietsiepietsie kleine sneeuwlaagje dat aan de uiterste linker- en rechterkant van de weg ligt.

P rijdt in 20 minuten door Parijs heen. Voor we het weten zitten we op de A1 richting Lille. Onze vaste stop, bereiken we na precies 4 uur rijden. Met een Charolais en een cappuccino Daim ontspannen we eventjes, om daarna weer snel verder te gaan.

Na precies 7 uur netto rijtijd rijden we onze besneeuwde straat in. Oma staat al te wachten terwijl uit de keuken de geur van boerenkool met worst komt. We zijn weer thuis!

Henk…

Vanmorgen is in Flevoland -23 graden gemeten; hier in de Bourgogne is de temperatuur niet verder gedaald dan -17. Door de kou heb ik vannacht toch niet echt lekker geslapen, het gevolg is dat ik net als ik wil opstaan weer in slaap val. Om half 10 springen we ons bed uit; al over een uurtje komt Henk, de aannemer langs.

Henk komt stipt op tijd in zijn oranje auto aanrijden. Bij een kop koffie maken we kennis. Henk heeft een jaar of 14 geleden zijn boeltje in Nederland ingepakt en woont nu permanent in een klein dorpje zestig kilometer verderop. Daarnaast is Henk goed in alle soorten verbouwingen.

Samen met Henk doen we een rondje langs onze ruine. Als kenner overziet hij de situatie van de losliggende Ardoises op het dak en de status van de gordingen. Gelukkig ziet hij mogelijkheden, die aansluiten bij onze ideeën. Met behoud van het aanzicht gaat Henk uitzoeken hoe het dak naar beneden gehaald kan worden. De muren kunnen recht worden gehouden met behulp van trekbalken en de stenen blijven op hun plaats als ze worden afgevoegd met cement.

Binnen warmen we op met een tweede kop koffie. Met Henk stellen we een plan van aanpak op. Na een paar foto’s van de ruine neemt hij afscheid van ons. Over een week of wat horen we meer van hem.

Als P zijn pot Acrylkit leeg heeft, rijden we naar Décize om wat boodschapjes (lees: drank) in te slaan. Bij de ingang van de Brico worden P en ik aangesproken of we wat diervoeder willen kopen voor het dierenasiel. De dame hoort dat wij Nederlanders zijn en haalt direct één van de andere vrijwilligsters op: een Nederlandse die in Décize woont. Na een lang verhaal en een kleine donatie kunnen P en ik eindelijk de Brico uit.

Het is prachtig zonnig weer en via een route touristique rijden we terug naar La Maison Rouge. We zijn net binnen als Pierre-Henri onze buurman aanklopt. Hij is nieuwsgierig naar onze progressie met de ruine. Ik geef hem een status update en gelukkig is hij er tevreden mee. Zelf heeft Pierre-Henri ook nog leuk nieuws: in mei komt er in La Chapelle weer een klein inwoonstertje bij.

Omdat de keuken al schoon is, omdat het in de keuken koud is, omdat  … eten we een hapje bij de pizzeria in St. Léger des Vignes. Het is tegen achten, maar toch zijn wij de eersten die het restaurant binnen komen. We krijgen een lekker centraal tafeltje: pontificaal in het midden.

De pizza’s zijn lekker: een Spécial canard, of Canard spécial voor P en voor mij een Carbo zoals de patronne luidt aan de pizzabaas doorgeeft. Na een cappuccino storten P en ik ons weer de kou in. Terug in La Maison Rouge stoken we de houtkachel nog maar eens flink op: buiten is het -10 graden.

 

Moules/frites…

Ik word wakker en zie dat het ijs dik op de ramen staat. De 25 meter van slaap- naar badkamer leg ik zo snel mogelijk af maar verhindert niet dat ik helemaal verkleumd aankom. Snel schiet ik mijn kleren aan, die ook koud zijn. In de woonkamer ontdooi ik mijn vingers met een kop thee; zo achter het glas is het in het zonnetje best lekker.

Na het ontbijt en wat studie- cq. werkuurtjes halen P en ik René en Paulette op voor de lunch in La Machine.

Links en rechts om zich heen kijkend of hij alsjeblieft bekenden ziet, zit René voorin de Vito. Paulette en ik zitten achterin, waarbij Paulette meer hangt dan zit, haar benen komen niet bij de grond.

In het hotel/restaurant in La Machine is het druk. Aangezien wij, bij het langsrijden nooit iemand naar binnen zien gaan verbaast ons dit zeer. Na het schudden van een aantal handen en de luide introductie van René dat hij zijn Nederlandse vrienden heeft meegebracht kunnen we onze tafel opzoeken.

Niet veel later genieten we van een grote pan in witte wijn gekookte Franse mosselen, een schaal dikke frites, een heerlijk sausje waarvan de kok het recept niet wil prijsgeven en een pichet rouge.

Als dessert bestellen we creme brulée en een koffie. Terwijl P de rekening betaalt, stort René zich op de Loterie. Paulette en ik nemen maar plaats aan een ander tafeltje. Bij het derde lot heeft René prijs; hij incasseert zijn prijs vrolijk, waarna wij hem snel meenemen voordat hij nieuwe loten koopt.

Een half uurtje, dat is de maximale tijd om in de tuin door te brengen voordat bevriezingsverschijnselen toeslaan. Vrij makkelijk krijgen P en ik een doormidden gespleten boom los; de stam is volledig doorgerot. Daarna redden we nog wat in de tuin verdwaalde potten met vetplanten erin van de ondergang.

Voor het avondeten maak ik een kop soep en met Rosette belegde broodjes klaar. Na het eten duik ik voor de verandering mijn studieboek in. De schrijver is in zijn boek nogal te spreken over zijn eigen theorieën, wat mijn enthousiasme behoorlijk doet afnemen. P installeert zich in een stoel en niet veel later hoor ik een licht gesnurk.

Les crepes de Paulette…

Ik word wakker met een ijs- en ijskoude neus. Met enige moeite draai ik mij om in bed en verbrand daarbij zowat mijn billen. De elektrische deken staat nog steeds op de hoogste stand.

De zon is al een uurtje of wat op; buiten is het nog -7 graden maar de temperatuur in de woonkamer achter het glas is al gestegen tot boven de nul graden. Met een kop koffie erbij zet ik alle kachels op stand hoog en ga broodjes bakken. Na het ontbijt doet P een rondje apparaten en al snel komen de uitlaatgassen uit zowel de garage als de berging. Zelfs de eigenwijze La Maison Rouge eend, toch beter op zijn gemak in de zomer tussen de wuivende lavendel, trekt zich weinig aan van de kou en start zonder problemen.

Ik loop naar René en Paulette om ze na onze maandenlange afwezigheid gedag te zeggen. In de keuken komt mij een enorme warmtegolf tegemoet, de houtkachel kraakt van de berg boomstammen die het moet verstouwen. René is niet thuis, hij doet zijn dagelijkse ronde langs vrienden en vrijheid. Samen hangen Paulette en ik boven de houtkachel. Het zweet druppelt in mijn nek, terwijl Paulette vertelt dat ze het huis nauwelijks warm gestookt krijgt. Na een kwartier houd ik het echt niet langer uit van de hitte. Met een uitnodiging voor P en mij om vanavond crepes te komen eten neem ik snel afscheid.

Al in de verte hoor ik René aan komen lopen. Niet veel later gaat de deur van La Maison Rouge open. Zoals altijd meldt René zich in een stortvloed van woorden. In krap een half uur neemt hij de afgelopen maanden met mij door. Wanneer ik sommige van zijn verhalen voor de 3e keer langs hoor komen, begeleid ik hem langzaam maar gedecideerd naar de voordeur. Het is tijd voor zijn déjeuner, Paulette zit vast en zeker op hem te wachten. Voor onze lunch laat hij een stuk Rosette du Morvan achter!

Na de lunch doen we het even rustig aan. Ik studeer wat terwijl P zorgt voor een snelle internetverbinding. Na de thee is het tijd om wat boodschappen te doen. Even iets lekkers voor Paulette halen voor vanavond.

Met een handje vol boodschappen komen we terug van de EleClerc. Terwijl P een zak koekjes aanbreekt, wacht ik met een glas port af tot het half 8 is.

Precies op tijd komen we de keuken van het huis van René en Paulette binnen. René heeft al een hele stapel crepes gebakken en de keuken inclusief woon-/eetkamer staan volledig blauw van de rook. Met ogen die tranen gaan we uiteindelijk, ook om niet al te groot te lijken, maar zitten aan de eettafel. Als René de crepes klaar heeft wordt het sein gegeven om een drankje in te schenken. Met een glas Pastis proosten we op een goede gezondheid. Paulette heeft een heerlijke charcuterie-schotel als voorgerecht gemaakt. De schotel is voor onze Hollandse begrippen even wennen in combinatie met de pannenkoeken, maar de vleeswaren smaken heerlijk.

Tijdens de crepes behandelen René en ik alle mogelijke gespreksonderwerpen. De politiek, de crisis en de gezondheid inclusief het hele medische dossier en bijbehorende rontgenfoto’s van de prostaat van René komen op tafel. Als we onze buikjes helemaal vol hebben gegeten volgt het kaasplateau en wordt er nog een stokbrood aangesneden. De kop koffie van Paulette drinken we dankbaar op, maar na een laatste ‘petit gateau’ wordt het hoog tijd om afscheid te nemen. Enigszins suf geluld lopen P en ik terug naar La Maison Rouge. Daar zet P in de ijskoude slaapkamer de elektrische dekens aan en drinken we nog een laatste glaasje. In de woonkamer snorren de kachels en is het behaaglijk warm.

Bonjour la France…

Het vriest dat het kraakt in Nederland en dus ook in de Bourgogne, daar zelfs nog een paar graadjes heftiger. Voor ons aanleiding en hoog tijd om een wintercheck te doen op de leidingen en de status van de scheuren in de muren van La maison Rouge. Zo komt het dat P en ik vandaag in de vrieskou de deur van ons comfortabel warme huis achter ons dicht trekken en op weg gaan naar onze door en door koude, niet geïsoleerde en bevroren boerderij. Je moet maar durven en ondanks dat we onze elektrische dekens bij ons hebben, doen we dat eigenlijk niet…

De Vito wordt voornamelijk volgeladen met zakken soep en warme kleding, met enige spijt laat ik mijn skipak achter. Niet voor overdag want geskied wordt er niet in La Chapelle, maar voor ’s nachts. Als ook de houten tuinset, die ik bij elkaar heb gespaard met de spaarpunten van dr. Oetker, achterin staat kunnen we weg.

Het is net iets over tienen als we de A1 opdraaien. Woensdagmorgen, -6,5 graden C en nauwelijks auto’s op de weg. Met de zon op de voorruit is het in de Vito lekker warm. Zonder problemen bereiken we de Belgische grens. In België wordt er ondanks de temperatuur onder nul aan de weg gewerkt, gelukkig staat er geen file. In no-time bereiken we de Franse grens.

Bij de Mac in Henin-Beaumont strekken we onze benen en drinken we een beker Cappuccino Daim. Als we m op hebben, gaan we weer snel verder. De zon schijnt nog steeds en het is toch wel erg prettig dat er nauwelijks verkeer op de weg is.

Bij Porte de Bagnolet in Parijs moet P voor de eerste keer remmen voor langzaam rijdend verkeer. Het oponthoud is echter niet dramatisch. Voor we het weten rammelen we het slechte wegdek van de A6 op.

Nog voor het donker is parkeren we de Vito voor de deur van La maison Rouge. Zonder klemmen gaat de voordeur open, ik loop linea recta door naar de houtkachel. De adem verlaat in kleine wolkjes mijn mond, de temperatuur is waarschijnlijk net iets onder vriespunt. Terwijl P de spullen uit de Vito haalt, warm ik soep en broodjes op. Voor erbij een flink glas port, het Senseo apparaat ontdooit langzaam maar zeker op de kachel.