21 juli 2011 – Op weg naar, in en weer weg uit Geneve

Het is donker als de wekker afgaat en dat is midden in de zomer toch geen goed teken voor het tijdstip waarop we het bed uit moeten. Slaapdronken kleden we ons aan en iets over half 5 trekken we de voordeur zachtjes achter ons dicht. Goed een uur later staan P, JJ en ik samen met een zekere Leo aan de Latte Macchiato.

Het vliegtuig is vol, We zitten op de één-na-laatste rij, maar na een kleine vertraging landen we ook weer iets te vroeg op Geneve Cointrin. Op de luchthaven hangen bij de uitgang automaten met gratis ov-tickets waarmee we anderhalf uur met alle transportmiddelen mogen reizen.

We pakken de trein naar het centrum. Binnen 6 minuten staan we op Gare de Cornavin. Onze rugzakken droppen we in een kluis en eenmaal buiten blijkt dat we recht tegenover een fietsverhuur staan. Nadat ik alle formaliteiten heb afgerond en P om de borg te betalen een geldautomaat heeft gezocht en gevonden krijgen we de fietsen mee.



En zo is het nog geen tien uur als P, JJ en ik op de fiets richting centrum rijden. Tussen de auto’s, die ons verbazingwekkend netjes voor laten gaan, rijden we naar de Rue du Rive voor onze eerste stop: de Apple Store. Wanneer we even later weer buiten staan, begint het te regenen. JJ en ik hullen ons in onze plastic zakken (ook te koop voor 0,50 eurocent bij de Zeeman), P heeft een regenjack. We hebben, op onze fietsen en in onze zakken, veel bekijks tussen het deftige Geneefse publiek.



Na een stukje over de lokale PC Hooft, waar we ons vergapen aan de Cartiers en de Breitlingers, gaan we op de fiets naar Le Jardin Anglais. De regen komt inmiddels met bakken uit de lucht vallen. Bij l’Horloge maken we wat foto’s en verbazen we ons over het feit dat deze must see van Geneve zoveel toeristen trekt. Het is aardig zo’n klok en handig dat je meteen weet hoe laat het is, maar meer ook niet. Misschien komt het door de regen, dat we er niet superenthousiast over zijn.

Via de promenade bereiken we de Jet d’Eau, de eyecatcher van Geneve. Het water spuit 140 meter de lucht in en de Jet d’Eau is van bijna overal in Geneve te zien.



We zetten onze fietsen op slot en gaan de pier op. We wandelen door tot het lijkt alsof we onder de douche staan. Kletsnat lopen we weer terug naar onze fietsen, we zijn zo nat dat we nauwelijks opmerken dat het is gestopt met regenen.

Met een ruime omweg rijden we naar de Vieille ville. JJ sluit aan bij een groep 65+ers voor de laatste toeristische nieuwtjes. Basilique St. Pierre is the hottest place to be. We bezoeken de basiliek en wandelen vervolgens naar de tentoonstelling Calvin wonderfull world. In een kleine zaal hangen prachtige foto’s en teksten van mensen die Calvijn heten.



In het zonnetje rijden we vanuit de hooggelegen Vieille ville met protesterende, piepende remmen, weer terug naar het centrum. Het is tijd voor de lunch. Bij de Starbucks buren zoeken P en JJ op het www wat geocaches in de buurt. Zonder GPS maar met behulp van de aanwijzingen, vinden we één cache bij het Museum van Kunst en Geschiedenis en één cache bij de Russische kerk. Wanneer we terugrijden naar de Starbucks voor een derde cache-opdracht rijd ik een lekke band. Niet zo handig, want we hebben geen plakspullen. Bij een benzinepomp blazen we lucht in de band, het is er twee minuten later weer uit.



Met de lekke band rijden we terug naar de fietsenverhuur. We leveren de fietsen in waar mijn fiets’ linea recta de werkplaats in verdwijnt. We hoeven er maar 7 CHF voor te betalen. Lopend gaan we verder, op naar het autoverhuurbedrijf. We maken een tussenstop bij Les Brasseurs, waar we een lekker koel biertje drinken. Zo in het zonnetje op het terras is het prettig vertoeven. Toch moeten we verder.

Bij Sixt krijgen we een splinternieuwe Polo mee. Als ik de schoonmaker van de auto’s vertel dat we de Tour gaan bezoeken, krijg ik een paraplu mee. Hij wenst ons bon courage, oftewel veel succes. Terwijl P met de auto wacht bij Gare de Cornavin, halen JJ en ik onze rugzakken uit de kluis. Weer terug in de auto is het tijd om Geneve te verlaten. Op naar Aix-les-bains!

Een goed uur later rijden we Aix binnen. Hotel le Dauphinois vinden we redelijk snel, de parkeerplaats zien we wel, maar komen kunnen we er niet. Binnen maar even vragen. Ik meld me bij de receptie en niet veel later staat onze Polo geparkeerd en hebben we de sleutel van kamer 8. De kamer is ruim en oubolliger dan het ergste soort. Meneer Reimers (van Herman en zijn herrie in het Hotel) zou hier een rolling krijgen. Een donkerbruin schrootjesplafond en behang in de badkamer. Het meubilair is oud jaren 50, maar het is schoon en binnen een half uur zijn onze lichtjes uit, dus who cares?

Klik hier naar dag 2: 22 juli 2011, Col du Télégraphe

Klik hier om terug te gaan naar onze homepage, faberopreis.nl