22 juli 2011 - De helse Alpenetappe over de Col du Télégraphe, de Col du Galibier en de Alpe d’Huez

Om 7 uur word ik wakker. Ik ontbijt met een stuk stokbrood en een stuk Reblochon, dat we gisterenavond nog snel even bij de Carrefour hebben gehaald. Het is hoog tijd om ook P en JJ wakker te maken, want vandaag gaan we de Alpen in, op zoek naar de Tour.

Na een frisse douche waarbij ik het presteer om ook het hele bloemetjesbehang doorweekt te krijgen gaan we met warme kleding en voldoende drinken in onze rugzakken op pad. P stelt de Tomtom in op een willekeurig plaatsje onderweg. Drie kwartier later zegt Tomtom dat we onze bestemming hebben bereikt en zwijgt verder in alle talen. De accu is leeg, daar rijden we dan, geen col te bekennen. We nemen de eerste afslag, 20 kilometer verderop en keren. We rijden 20 kilometer terug en vragen, hopeloos verdwaald, bij een bakkerij de weg. De dame achter de toonbank kijkt mij, als ik de weg vraag naar de Col du Télégraphe aan alsof ze het in Keulen hoort donderen. Waar gaat u helemaal naartoe? In een stortvloed van woorden wijst ze ons de route, een eind rijden is het nog wel.

Met koffie en een verse baguette gaan we weer op weg. We bereiken de D1006, de weg die afslaat naar de Cols en waarover de wielrenners ook komen. Niet veel verder zien we inderdaad het bordje naar de Col du Télégraphe. In de dorpjes is het lekker druk met fietsers en toeristen. Na 11 kilometer bergop, bereiken we de top. Een paar honderd meter over de top kunnen we, naast een diepe afgrond, de Polo kwijt. Een paar Franse meiden vragen P of hij hun auto ook wil parkeren, mais naturellement, aucun probleme!

Bij le Relais du Télégraphe, precies bovenop de top, strijken we neer voor een drankje. Erg relaxed allemaal. Het is warm in de zon, maar we zitten goed en vermaken ons met het kijken naar de amateurfietsers die meer of minder hijgend de top bereiken. Om half 2 barst het Tourgeweld los; de Caravane is in aantocht. Als zotten duiken kinderen maar ook volwassenen op de rommel die uit de auto’s wordt gegooid. Door de motoren word ik een beetje op de hoogte gehouden van de strijd naar de top, een enthousiaste gendarme doet de rest. Johnny Hoogerland zit in een kopgroep met 14 man. De gendarme blijft in mijn buurt en vertelt mij zijn hele levensverhaal: hij komt uit Lyon en heeft een jaar in Madagascar gewerkt. P heeft in de tussentijd een aantal Nederlanders gevonden, met een radio.



Dan is het zover. De eerste 2 renners bereiken onder luid gejuich de top van de Col du Télégraphe. Daar net achter zit Contador en ook Schleck en Evans zijn goed herkenbaar. Voeckler is vooral goed hoorbaar, schreeuwend om zijn ploeggenoten passeert hij de passage. Gesink rijdt op enige achterstand achter het peloton. Ruim een kwartier later hebben alle renners de eerste col van vandaag overwonnen en is de Tour hier voorbij. De reclamematerialen worden snel afgebroken en alle toeschouwers gaan op weg naar hun auto.





In een dorpje in het dal staat een groot videoscherm opgesteld. P parkeert de auto en op het feestterrein kijken we naar de beklimming van de Alpe d’Huez. De Fransen zijn door het dolle heen als ze Rolland zien winnen. Andy Schleck krijgt de gele trui om de schouders. Even voor zessen rijden we terug naar Aix les Bains. Bij le Roulot bestellen we een lekkere entrecote met salade en frites. Het begint te regenen en we moeten van het terras buiten naar binnen. Binnen is het nog leeg en we verbazen ons over al het personeel dat aanwezig is. Een half uur later zijn alle tafels bezet. .

Dag 3: 23 juli 2011: Tijdrit Grenoble

Klik hier om terug te gaan naar onze homepage, faberopreis.nl