vorige dag volgende dag

IJsland – 2 januari 2012


uitzicht vanuit onze hotelkamer


Het uitgebreide ontbijtbuffet doen we goed eer aan. Met de kaas, ham, ei, komkommer en tomaat maken we lekkere broodjes gezond. Ook de koffie smaakt goed. Na het ontbijt gaan we te voet op pad. Niet ver van het hotel ligt het Hofdi house. In 1986 hebben Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov er tijdens de Iceland Summit van 10 tot 12 oktober gesproken over het einde van de Koude Oorlog. Het zetten van de handtekening ging op het laatst niet door. Maar de handdruk van beide heren blijkt later alsnog het einde van de Koude Oorlog in te luiden.







Van Hofdi house lopen we langs de kust naar Solfar. Eén van de meest fotogenieke plaatsen van Reykjavik waar ook nog eens een cache verstopt ligt. De hint bij de cache geeft aan dat we goed bij de lampen moeten zoeken. We zien er maar één, de andere blijkt onder de sneeuw te liggen. De Iphone biedt in combinatie met wat graafwerk uitkomst. JJ ontdekt de magneethuls terwijl achter ons een hele groep Japanners foto’s aan het maken zijn van Solfar.







We steken de boulevard over naar de Hallgrimskirkja. Deze grootste kerk van IJsland ligt op een heuvel en torent hoog boven Reykjavik uit. De bouw ervan begon in 1945 en heeft uiteindelijk veertig jaar geduurd. Het opvallendste aan de kerk zijn de basaltkolommen en de van binnen minimalistische inrichting.



We kopen een kaartje voor het uitzichtspunt vanuit de klokkentoren. We staan op 73 meter hoogte en door het mooie, zonnige weer vandaag hebben we een verbluffend uitzicht over de stad en de omgeving. Weer met beide benen op de grond nemen we afscheid van Leifur Eriksson, de eerste kolonist van IJsland, die voor de deur van de Hallgrimskirkja dag in dag uit de wacht houdt.









We wandelen verder naar het Tjornin meer. Bij het door vele IJslanders, om zijn moderne uitstraling, verguisde Radhus drinken we een kop koffie met (nota bene Nederlandse) koek. In het zonnetje achter het glas worden we weer lekker warm. Vlak voor ons worden de vele eenden, ganzen en zwanen gevoerd, het is een spektakel op zich. Het meer is helemaal bevroren maar omdat er warm bronwater in het meer wordt gepompt blijft er een open ruimte voor de vogels beschikbaar. De oversteek naar de andere kant maken wij niet over het meer. Als ik mijn eerste stap op het water wil zetten, kraakt het ijs vervaarlijk en heb ik een natte laars.





We lopen om het meer heen naar de overkant, waar we naast de begraafplaats een cache vinden. We verwisselen de travelbugs voor geocoins en noteren ons bezoek in het logboek. Na deze found zetten we koers naar de winkelstraat van Reykjavik. Het is maar een kleine omweg naar Bæjarins beztu pylsur, de beste hotdogkraam van Europa. Er staat een rij voor de kraam, maar in een mum van tijd zijn we aan de beurt. Bæjarins maakt voor ons in verbluffend hoog tempo 4 hot dogs klaar. Het broodje worst wordt overgoten met een heerlijke zoete mosterdsaus, ketchup, remoulade mayonnaise en gebakken en verse uitjes. Zo lekker dat als we ons broodje ophebben, gelijk in de rij gaan staan voor de volgende 4 hot dogs.





Met gevulde magen lopen we door de hoofdwinkelstraat weer terug naar het hotel. Als we in de bar van het Cabin zitten met een drankje, zien we buiten een grote groep wachtende toeristen. Niet veel later verschijnt er een busje dat ze oppikt. Ineens begrijpen we het, deze mensen gaan op zoek naar het Noorderlicht. Omdat niet iedereen in het busje past, staan er nog wat toeristen voor de ingang van het hotel te wachten op een volgend busje. Wij rennen naar boven, schieten in onze warme kleding en pakken onze autosleutel. Als we beneden komen staan de mensen nog steeds voor de ingang. Wij springen in onze auto en wachten met draaiende motor. Lang hoeven we niet te wachten want een paar minuten later komt het bewuste busje de hoek om. Als de toeristen zijn ingestapt, trapt de chauffeur van het busje zijn gaspedaal diep in. Wij zetten de achtervolging in.

Bij het busstation van Reykjavik tours worden de mensen overgeladen in grote touringcars. Aangezien de touringcars achter elkaar het terrein afrijden is het voor ons makkelijk invoegen. Achter de touringcar rijden we Reykjavik uit. We verlaten de verlichtte stad en rijden de donkere heuvels in richting het nationale park Thingvellir. Het uitzicht moet weergaloos zijn, maar nu is het akelig donker. We moeten het doen met het licht van de maan en de sterren. Omdat de touringcar voor ons stopt, stoppen wij ook. We zoeken de hemel af naar groene vlagen maar we zien niets. Als de chauffeur ons maant verder te rijden, start P de motor weer. We halen de touringcar in en stoppen even verderop weer langs de kant van de weg.

De ene na de andere touringcar haalt ons in. De drukte op de weg is een bizarre gewaarwording, allemaal Noorderlichtjagers en een aantal slimme excursie-exploitanten. Wij rijden nog een stukje door en draaien een parkeerplaats op waar nog meer auto’s staan. We zien niet meer dan wat vage silhouetten. Buiten is het ontzettend koud, de thermometer geeft -18 graden aan. Toch installeert P camera en statief. Hij maakt wat foto’s en springt dan rillend van de kou de auto weer in.



geen hand voor ogen te zien, maar met een sluitertijd van 40 seconden lijkt het wel zomer...

Na een uur wachten besluiten we dat het genoeg is geweest. Het is tegen elven en morgen moeten we vroeg op om ons vliegtuig te halen. We verlaten het parkeerterrein, keren en rijden terug naar Reykjavik. Net iets over enen zijn we weer terug in onze hotelkamers. Na een slok drinken duiken we ons bed in, het duurt wel nog even voordat ik weer helemaal warm ben.



helaas zagen we geen "Northern Lights" vannacht, maar zoiets had het kunnen zijn..



vorige dag volgende dag